Menu

Voorkeurshouding bij zuigelingen

Voorkeurshouding (infantiele houdings-asymmetrie)

In Osteopathiepraktijk Nijmegen worden zeer veel baby's met voorkeurshoudingen behandeld. Osteopathie kan bij deze klachten zeer goed werken.

Gemiddeld genomen zijn deze voorkeurshoudingen met 2-3 behandelingen verdwenen. Bij het eerste onderzoek wordt het hele lichaam onderzocht. Gekeken wordt of er in het lichaam spanningszones aanwezig zijn, die de voorkeurshouding veroorzaken. Hiervoor worden zeer zachte technieken gebruikt. In het geval van aanwezige spanningszones, wordt met uw goedkeuring direct gestart met de behandeling.

Maar wat is nu een voorkeurshouding? Wat zijn de oorzaken van een voorkeurshouding en wat zijn de mogelijke gevolgen hiervan? In de onderstaande tekst worden deze vragen uitgelegd. Lees dit eens rustig door en mocht u vragen hebben, neemt u dan contact met ons op.

Een voorkeurshouding wordt gedefinieerd als 'de toestand van de zuigeling waarbij deze in rugligging spontaan het hoofd of naar de rechterzijde of naar de linkerzijde geroteerd houdt gedurende driekwart van de observatietijd (minimaal 15 minuten), zonder actieve rotatiemogelijkheid van het hoofd over de volledige 180 graden' (Boere-Boonekamp & Linden-Kuiper, 2001).

Dit houdt in dat de zuigelingen in rugligging bijna constant met het hoofd dezelfde kant op gedraaid liggen. Hierdoor kan het uiteindelijk zo zijn dat een actieve en passieve bewegingsbeperking ontstaat. Een actieve bewegingsbeperking houdt in dat de zuigeling niet in staat is uit zichzelf het hoofd naar de niet-voorkeurskant te bewegen. Een passieve bewegingsbeperking houdt in dat het hoofd van de zuigeling niet (met hulp) naar de niet-voorkeurskant bewogen kan worden.

Voorkeurshouding bij zuigelingen neemt de laatste jaren sterk toe, van 8,2% in 1997 tot 12,2% in 2004 (Boere-Boonekamp et al, 2005). Bij kinderen onder de leeftijd van 4 maanden komt het bij 17%  voor (in 2007). Onder de leeftijd van 7 maanden is dit 12,2% (Van Vlimmeren, Helders, Van Der Graaf et al, 2008).

Er zijn verschillende risicofactoren bekend voor het ontstaan van een voorkeurshouding. Er zijn factoren die tijdens de zwangerschap/bevalling optreden, waar dus weinig aan te doen is: geboorterangnummer van het kind (eerste kind groter risico), zwangerschapsduur (te vroeg geborene groter risico) en ligging bij de bevalling (stuitligging groter risico).
Maar ook na de geboorte zijn verschillende risicofactoren van invloed op het al dan niet ontstaan van een voorkeurshouding. Wanneer een zuigeling constant in rugligging ligt en wanneer de ouders een voorkeurshouding hebben bij het voeden (vooral bij flesvoeding) is het risico groter (Boere- Boonekamp, Van Der Linden-Kuiper & Van Es, 1997).

Als een voorkeurshouding is ontstaan kunnen verschillende gevolgen optreden. Ten eerste kan een schedelvervorming ontstaan. Dit wordt ook wel Deformatieve Plagiocephalie genoemd. Daarnaast kan het dan zo zijn dat het gelaat scheef wordt, doordat de wang en het voorhoofd aan de voorkeurszijde naar voren worden geduwd. Andere gevolgen die waargenomen worden bij zuigelingen met een voorkeurshouding zijn een torticollis (beperking van bewegingsmogelijkheid in de nek), een scoliose (zijdelingse verkromming van de rug), abductiebeperking van de heupen (beperking van het spreiden van de benen) en/of standafwijking van de voet(en) en een afstaand oor (Boere-Boonekamp, Van Der Linden-Kuiper & Bunge-Van Lent, 1999) (Boere-Boonekamp, Van Der Linden-Kuiper & Van Es, 1997).

Ondanks het feit dat de prognose van een voorkeurshouding bij een zuigeling in de meeste gevallen als gunstig wordt beschouwd, zijn er studies die hebben aangetoond dat er blijvende gevolgen kunnen optreden. In 10-25 % van alle zuigelingen met een voorkeurshouding kan er sprake zijn van aanhoudende asymmetrie (Phillipi 2006).

In 2006 is er in Mainz onder leiding van Dr. H. Phillipi een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van osteopathie bij voorkeurshoudingen bij zuigelingen. In dit onderzoek kwam naar voren dat osteopathie significant effectief was ten opzichte van een placebobehandeling (H. Philipi; Infantile postural asymmetry and osteopathic treatment: a randomized therapeutic trial; Developmental Medicine & Child Neurology 2006, 48: 5–9)

 

 

Deze website maakt beperkt gebruik van cookies. Dit doen wij om u beter van dienst te kunnen zijn.
Wij vragen u, dit te mogen blijven doen. Voor meer informatie kunt u onze privacy pagina bezoeken!